De enkel is het skigewricht dat je vergeten bent.
Dit gewricht, de enkel, gebruiken we vanaf het moment dat we gaan staan. De enkel is de sleutel tot voortbeweging. Bij activiteiten zoals lopen, staan in balans, springen en trappen wordt de enkel gebruikt. Dus ook bij het skiën.
Het scharnierpunt tussen het onderbeen en de voet is de enkel. Op oneffen terrein zorgt de enkel ervoor dat we in balans kunnen blijven staan. Het vangt krachten, die bij lichamelijke inspanningen ontstaan, op.
Bij het skiën gebruiken we de enkel bij het buigen en strekken in oneffen terrein.

In welke richting kunnen we de enkel bewegen?
De voet omhoog = dorsaalflexie.
omlaag = planterflexie.

De zijkant van de voet omhoog bij de grote teen = inversie
bij de kleine teen = eversie.
Dorsaalflexie zorgt ervoor dat de heupen naar voren gaan, zodat deze boven de voeten blijven. Op deze manier blijft de balans behouden.
Plantarflexie zorgt ervoor dat de ski’s contact houden met de sneeuw bij het draaien op een mogul (puckle).
Inversie zorgt ervoor dat de bergski op de bergkant gehouden blijft en op deze wijze een actieve binnenski wordt. De kleine teen drukt tegen de berg.
Eversie zorgt ervoor dat de dalski op de zijkant komt. De grote teen drukt tegen de berg.
Bij de meeste skiërs is de enkel: uit het zicht, uit de gedachte. Vooral beginnende skiërs hebben vaak slecht zittende schoenen, waardoor de enkelfunctie verdwijnt.
Een skischoen is gemaakt van verschillende soorten kunststof, wat metaal en een zachte binnenschoen voor het zitcomfort.
Als de schoen te groot is, worden de schnallen (gespen) vaak te strak aangetrokken. Hierdoor is de schoen te stijf en zit deze niet lekker.
Is de schoen te klein, dan worden de schnallen te losgezet. Dit vermindert direct de prestatiemogelijkheden van de schoen.
Voor het contact tussen de skiër en de ski zorgt de skischoen samen met de binding.
De lengte van de zool zorgt voor de juiste druk op de ski. Druk op de punt of op de hak; essentieel bij het draaien en de balans.
Het goed aangesloten zitten zorgt ervoor dat de zijkanten van de ski’s goede grip kunnen hebben.
Buigt de enkel niet makkelijk, dan kan dit ervoor zorgen dat we de bocht niet makkelijk kunnen maken.
Hierdoor komen we snel in de “poep”-houding, dus veel druk op de achterkant van de ski.
Dit zorgt ervoor dat de achterkant van de ski makkelijk naar beneden wil; de punt gaat dan omhoog. Om een bocht makkelijk te maken, moet de punt juist makkelijk naar beneden gaan.
Is de schacht van de schoen te los, dan durft de skiër niet in de schoen te hangen/te steunen en zo komt er ook weer te weinig druk op de voorkant van de ski. Zo is het moeilijk om de ski’s de bocht in te sturen.
Een ander excuus om de enkels niet te gebruiken, is dat het makkelijker is de grote spieren boven de knie te gebruiken om de heupen boven de voeten te krijgen dan om de kleinere spieren rond de enkel te gebruiken.
Als we naar de kinderen kijken die hebben leren staan en lopen, dan zien we de volgende principes.
Als kinderen hun eerste stapjes maken, bewegen ze hun benen met de grote spieren (quadriceps, hamstrings, bilspieren en de spieren van het lijf) in een hortend en stotend bewegingspatroon. De gehele voet komt plat op de grond. Na verloop van tijd worden de kleinere spieren rond de enkel ontwikkeld. Het kind gaat nu de voet afwikkelen.
Net zoals het kind moet nu ook de skiër leren de voet rond de enkel te bewegen.
Zo ervaart de skiër de invloed van de kleine spieren rond de enkel op het skiën en hoe deze het skiën eenvoudiger maken Door nauwkeurigere bewegingen met deze kleine spieren te kunnen maken.
Door de beperkingen van de skischoen wordt de bewegingsuitslag van de enkel beperkt in een van de drie posities tijdens het skiën. De skihouding

blijft het onderbeen recht en de enkel buigen we niet.
Deze houding zorgt ervoor dat de heupen achter de voeten blijven. Hierdoor is er veel druk op de hielen en de achterkant van de schacht van de schoen. Kans op ontsteking van de achillespees door de druk die erop wordt uitgeoefend. Dit heeft ook als gevolg dat het einde van de bocht heftig en abrupt is, terwijl een volgende bocht moeilijk in te sturen is. De skipunten willen naar boven in plaats van naar beneden; we komen makkelijk achterstevoren te staan. Door deze lichaamshouding hangen we achterover; we hebben dan de defensieve skihouding op alle uitdagende hellingen.
Bij Foto 1 zijn de enkels te recht of te open.
is de enkel te ver gebogen. Foto 2.
Dit beperkt het gebruik van ons lichaam en de mogelijkheden van de ski’s door in deze houding te zitten. De achterkanten van de ski’s komen omhoog en het lichaam is uit balans. Door de onderrug te strekken of de knieën ver naar voren te laten gaan, compenseren we dit. Hierdoor komen de knieën in een kwetsbare positie of worden de enkels vastgezet. Als we te ver naar voren hangen, zorgt dit ervoor dat het uitsturen van de bocht (remmen) te gering is; we krijgen steeds meer snelheid. Als er geen druk op de achterkant van de ski is, zal de ski wegglijden en te snel beginnen met draaien. De bochten worden te scherpe Z-bochten of we krijgen het kwispel-effect. Zo beperken we de snelheidscontrole en het nemen van meer uitdagende hellingen.
Foto 2: de enkels zijn te veel gebogen of staan te dicht op elkaar.
zorgt deze ervoor dat we in de neutrale skihouding in de skischoen staan.

Foto 3: de enkels, knieën en heupen zijn juist gebogen.
Dat wil zeggen: de schacht van de schoen omsluit goed het onderbeen en laat makkelijk buigen en strekken van de enkel toe. De beweeglijkheid van de enkel zorgt ervoor dat de balans in elke situatie behouden kan blijven, waardoor we kunnen genieten van het spel dat skiën heet. Hierdoor kunnen we de eigenschappen van de ski’s in alle fasen van de bocht optimaal benutten.
Kunnen buigen en het buigen van de enkel zijn twee verschillende dingen. Van jouw kant vraagt dat wat kleine aanpassingen. Je kunt er nu al mee beginnen, terwijl je dit artikel leest. Denk eens aan je enkels.
Haal je tenen omhoog naar je scheenbeen, duw je tenen daarna weg van je scheenbeen.
Trek je kleine teen omhoog en breng nu je tenen naar je scheenbeen en daarna de tenen omlaag.
Breng nu de grote teen omhoog en breng je tenen naar je scheenbeen en daarna omlaag.
Je ziet nu De enkel is een beweeglijk gewricht en kent vele uitgangsposities.
Ja, de skischoen beperkt deze bewegingsuitslagen, maar de skischoen sluit ze niet uit.
Alle skiërs, zowel beginners als gevorderden, kunnen last hebben van het stijve-enkel-syndroom zodra ze de skischoen aandoen.
Skiën is fun, is spelen met de elementen en de uitrusting.
Lees dit over de skischoen.
Voeten en enkels spelen een hoofdrol bij het skiën, misschien wel méér dan je op het eerste gezicht zou denken. Wil je soepel, gecontroleerd en met finesse de berg afglijden? Dan begint dat allemaal met een optimale samenwerking tussen deze twee lichaamsdelen.
Vrijwel alle andere bewegingen in de bewegingsketen ontstaan door het juiste gebruik van voeten en enkels. Bij skiën draait het om efficiëntie en precisie. Elk beetje flexibiliteit en controle dat het voet-enkelsysteem kan bieden, zorgt ervoor dat je beter zit en je prestaties naar een hoger niveau tilt.
Denk aan je enkels als schokdempers; ze helpen je soepel te bewegen, zelfs op de ruigste pistes. Je voeten daarentegen hebben een dubbele rol. Ze functioneren niet alleen als sensoren die drukregistraties doorgeven, maar ook als krachtbronnen die deze druk zelf kunnen beïnvloeden.
De manier waarop druk over je voeten verdeeld wordt, heeft direct invloed op hoe je je lichaam boven de ski’s beweegt. Dit heeft te maken met de drie belangrijkste steunpunten van je voeten: de bal van je grote teen (het eerste middenvoetsbeentje), de bal van je kleine teen (het vijfde middenvoetsbeentje) en je hielbeen (calcaneus). Deze punten staan nooit stil, maar werken dynamisch samen met de voetbogen om krachten vanuit de grond op te vangen, terwijl ze je lichaamsgewicht ondersteunen.
Tijdens een bocht hangt veel af van wat er gebeurt in de “monopodale fase”, kort gezegd het moment waarop je gewicht voornamelijk op één been rust. Hier is sprake van een tweedeling tussen de ‘standvoet’ (de buitenste of dalende voet) en de ‘leidende voet’ (de binnenste of stijgende voet).
Dit is de voet die het grootste deel van je lichaamsgewicht draagt. Het contactpunt ligt voornamelijk bij de bal van de grote teen, terwijl je bekken naar voren beweegt om een stabiel evenwicht te behouden.
Deze voet ontvangt minder druk en bevindt zich meestal in supinatie (naar buiten gekeerd). Hierbij buigt de enkel in dorsale flexie, wordt ondersteund door spieractiviteit (musculus tibialis anterior en quadriceps), en gaat de voet in inversie. Deze spanning zorgt ervoor dat je controle houdt over de hoek waarin je je ski kantelt – essentieel bij scherpe bochten. Aan de buitenkant van de draai werkt het ondersteunende voet-enkelcomplex juist in tegengestelde bewegingen: eversie (weg van de andere voet), pronatie (naar binnen kantelen) en plantaire extensie (strekking van de enkel).
Naarmate je van richting verandert op de piste, verschuift je drukpunt – ook wel bekend als het Center of Pressure (CoP). Dit proces verloopt via een elegant “schommelachtig” patroon, waarbij het gewicht verplaatst wordt van de buitenrand van het hielbeen, via de binnenste voetboog, naar de bal van de grote teen. Deze vloeiende verschuiving maakt het mogelijk om diagonaal te bewegen, wat cruciaal is voor het inzetten van een nieuwe draai, terwijl gebruik wordt gemaakt van de kracht die door je snelheid ontstaat.
Bij skitechniek helpt het om met duidelijke aanduidingen te werken voor elk lichaamsdeel. Denk aan termen als “binnen” of “buiten” wanneer ski’s parallel aan of dicht tegen de hellingslijn staan. Wanneer ze die lijn oversteken, worden aanduidingen zoals “afdaling” of “opstijging” gebruikt. Deze systematiek biedt meer inzicht in de complexe bewegingen tijdens bochten en helpt beter te begrijpen welk been en welke kant welke verantwoordelijkheid draagt.
Kortom, succesvolle skiërs weten dat perfecte bochten beginnen met sterke, dynamische voeten en enkels. Door bewuster met deze fundamentele bewegingen om te gaan, kun je niet alleen je prestaties verbeteren, maar ook meer vertrouwen hebben in elke beurt die je maakt. Dus de volgende keer dat je op de piste staat, denk niet alleen aan voeten als eenvoudige steunpunten – ze zijn het geheime wapen dat jouw ski-ervaring naar ongekende hoogten kan tillen!
We use cookies to improve your experience on our site. By using our site, you consent to cookies.
Websites store cookies to enhance functionality and personalise your experience. You can manage your preferences, but blocking some cookies may impact site performance and services.
Essential cookies enable basic functions and are necessary for the proper function of the website.
Statistics cookies collect information anonymously. This information helps us understand how visitors use our website.
Google Analytics is a powerful tool that tracks and analyzes website traffic for informed marketing decisions.
Service URL: policies.google.com (opent in een nieuw venster)
Marketing cookies are used to follow visitors to websites. The intention is to show ads that are relevant and engaging to the individual user.
Google Maps is a web mapping service providing satellite imagery, real-time navigation, and location-based information.
Service URL: policies.google.com (opent in een nieuw venster)
You can find more information in our Cookiebeleid (EU) and Algemene voorwaarden Portes Du Ski.